Gijs de Vries

De loopbaan van … Gijs de Vries

“Als je je hart volgt, dan klopt het”

Wij spraken met Gijs de Vries, directeur van het Nederlandse Rode Kruis. Voor ons is hij degene die de meest opvallende loopbaanstap in 2014 maakte. Niet alleen om de stap zelf, die op zich al bijzonder is, maar bovenal omdat de kern van zijn functie zo dicht in de buurt komt van hetgeen hem voor ogen stond toen wij hem spraken. Zijn wensen en ideeën van een next step zijn nagenoeg volledig vervuld.

Gijs, kun je iets over jezelf vertellen?
Jazeker, ik ben 56 jaar en ben getrouwd met een fantastische vrouw. Samen hebben we 3 kinderen en 2 pleegkinderen. Ik ben een fanatiek sporter. Vitaliteit staat bij mij hoog in het vaandel. Van stevig tuinieren, werken met je lichaam, kan ik dan ook genieten. En zo nu en dan schrijf ik een gedicht.

Wat zijn je beweegredenen geweest om over te stappen naar de sector (non-profit) waarin je nu actief bent?
Dat zijn er eigenlijk twee geweest. Ik was destijds 6 jaar actief bij EY, lid van de Raad van Bestuur EY België en Nederland en verantwoordelijk voor de consulting-tak. Ik zou teruggaan de adviespraktijk in, maar wilde niet opnieuw dezelfde activiteiten verrichten als ik vele jaren daarvoor had gedaan. Word ik er gelukkig van om weer hetzelfde te doen, vroeg ik mij toen af. Gaat dat mij meer levensvreugde geven? De andere reden is dat ik in de periode ziek ben geworden. Ik kreeg lymfeklierkanker waarvan ik overigens snel ben genezen. In die periode heeft bij mij een mentale reset plaatsgevonden. Wat ben ik aan het doen? Er is toch meer in het leven dan targets halen en geld verdienen. Mijn ziek zijn was uiteindelijk de ‘push’ om op zoek te gaan naar een organisatie met een maatschappelijk hart.

Mijn huidige rol als algemeen directeur van het Nederlandse Rode Kruis is echt een droom die is uitgekomen. Een mooiere bestemming had ik niet kunnen vinden. Het is een genoegen om voor deze organisatie te mogen werken. De ervaring die ik de afgelopen jaren heb opgedaan, kan ik hier helemaal kwijt.

Je bent in 2013 ook even het ondernemerschap in gestapt bij Mind&Health. Had dit te maken met je ‘zoektocht’?
Toen ik wegging bij EY hebben Peter Kuijper en Bram Bakker de Rolls Royce onder de vitaliteits-ondernemingen opgezet. Bij EY was ik onder meer verantwoordelijk voor vitaliteit, een thema waar EY veel aandacht aan besteed. Ik had toen dus al iets met het onderwerp en na mijn ziekte nog veel meer. Bij Mind&Health heb ik mijn EY-afscheid gevierd. In de periode daarna heb ik met Peter en Bram veel kopjes koffie gedronken en ben het vitaliteits-ondernemerschap in gestapt. Heb destijds ook aangegeven dat ik zou uitstappen wanneer er een ‘offer you can’t refuse’ voorbij zou komen. Aldus geschiedde.

Heb jij tips voor mensen die eenzelfde stap willen maken? Hoe kom je in zo’n totaal ander marktsegment terecht? Wat heb je moeten doen om te komen waar je nu bent?
Ik had als voordeel dat ik als consultant zo’n 30 jaar opdrachten in de gezondheidszorg heb gedaan. Dus met zorg lag er al een relatie met noodhulp. Ook met goede doelen was dat het geval. In die periode had ik namelijk een nevenfunctie bij Barcode for Live, een goed doel dat gelden werft voor het Center For Personalized Cancer Treatment (CPCT). Ik ben mij toen erg gaan verdiepen in wat er nu in die sector speelt. Uiteindelijk is de combinatie van persoonlijke drive, mijn bagage en intrinsieke motivatie voor mij een succesvolle geweest. Volg je hart is altijd mijn devies. Ik heb mijn hart gevolgd en mijn hart laten zien. Wat is er nu mooier dan dat het ook nog een rood hart is.

It’s a job to find a job. Heb je er werk van gemaakt of is het komen aanwaaien?
Het was een headhunter die mij benaderde. Deze adviseerde mij op een A4 uit te werken wat ik kan en wat ik precies wil. Ik heb een aantal richtingen voor mijzelf benoemd en daar zat uiteindelijk ook de goede doelen wereld in. Ik heb mij ingevreten in de sector, veel met mensen gepraat en uiteindelijk weet je dan wat je wilt. Heb zelfs een keer de stoute schoenen aangetrokken door te reageren op een wervingsadvertentie in de krant. Die rol was voor mij toch niet spannend genoeg. Ik had de rust en het vertrouwen om te wachten op een rol waarvoor ik helemaal wilde gaan, waarop ik mijn zinnen had gezet. Een headhunter heb ik ooit laten doorschemeren dat ik een organisatie als het Rode Kruis heel mooi zou vinden. En deze kwam uiteindelijk op mijn pad.

Mijn advies is dan ook: Trechter je eigen focus, zie je kwaliteiten scherp te krijgen en trek de stoute schoenen aan, kom in beweging. Het ultieme resultaat: een ‘match made in heaven’, alles komt helemaal bij elkaar en klopt.

Je kent de Wet Normering Topinkomens waarmee topinkomens in de (semi)publieke sector gemaximeerd zijn. Wat vind jij van de WNT?
Het is boeiend om te merken hoe dat bij mijzelf werkt. Geld interesseert mij niet zo veel meer. Ik heb jaren bovenin de piramide van verdiensten gezeten. Maar ik merk nu wat het belang is van emotioneel inkomen. Ik verdien 5x minder salaris, maar heb 10x meer emotioneel inkomen. Ik begrijp de reacties van anderen op de WNT, die minder positief zijn. Maar uiteindelijk gaat het om drive en enorm veel plezier in je werk hebben in de wetenschap dat je iets toevoegt aan de maatschappij. Geld is een bijzaak.

Wij zien in de praktijk dat business modellen in de non-profit toegroeien naar die van het bedrijfsleven. Zie jij die beweging ook? En in relatie tot het Rode Kruis?
In de zorgsector zie je 1-op-1 de modellen terugkomen met divisies, integraal werken, KPI’s en scorecards. Meer focus op prestaties en het realiseren van targets en daar verantwoording over afleggen. Ik herken de beweging naar het Angelsaksische model in de non-profit wereld. Ook bij het Rode Kruis. Ik heb een aantal doelstellingen geformuleerd. Het Rode Kruis moet meer bekendheid krijgen v.w.b. haar activiteiten in Nederland. Het is de dé humanitaire noodhulporganisatie in Nederland met ruim 30.000 vrijwilligers en zo’n 550.000 donateurs en leden. Daarnaast moeten relaties met het bedrijfsleven worden aangehaald en willen wij meer jongeren aan ons verbinden. Er is een zakelijke cultuur met een duidelijke focus op kerntaken gericht op (inter)nationale activiteiten. Tegelijkertijd zijn wij een organisatie waar bij een humanitaire ramp iedereen alles uit zijn handen laat vallen en zich daar volledig op richt. Met name bij interne projecten, campagnes en diverse bestuurlijke zaken breng ik mijn ervaring uit het bedrijfsleven in. Dit wordt zowel binnen onze beroepsorganisatie als door vrijwilligers gewaardeerd.

In de arbeidsmarkt is een transitie gaande. Vaste en tijdelijke arbeidsovereenkomsten groeien naar elkaar toe. Hoe ervaar jij dit en wat is jouw visie daarop?
Wat grappig is, is dat ik bij het Rode Kruis met een nieuw fenomeen in aanraking ben gekomen, namelijk met gedelegeerden. Naast 400 mensen in vaste dienst, werken wij met 40 gedelegeerden die in het buitenland werken. Zij worden onder meer specifiek ingezet bij rampen. Als een professional werken zij over en weer voor verschillende goede doelen. Ook voor het Rode Kruis, zij staan achter onze doelstelling en willen zich aan ons binden. Dit is een ontwikkeling om over na te denken ook buiten onze organisatie. De verbinding zit tussen vast en flexibel in. Op moment dat de taak van deze mensen erop zit, gaan ze door naar een volgende organisatie. Soms werken ze voor 3 verschillende organisaties tegelijk. Deze gedelegeerden staan op de payroll, zij hebben een contract voor een bepaalde tijd. De term gedelegeerden is ook boeiend, deze geeft verbondenheid en ambassadeurschap weer. Mensen willen niet meer ellenlang bij een organisatie werken, zij willen hun eigen draai vinden en op een specifiek gebied hun kwaliteiten inzetten. Kijk naar de toename van het aantal ZZP’ers in Nederland.

Tot slot: je hebt de stap gezet van het bedrijfsleven naar non-profit. Is er een weg terug vanuit de non-profit naar het bedrijfsleven?
Ja, ik denk dat dat wel kan omdat het niet gaat om de sector waaruit je komt, maar juist om de persoon die het verschil maakt. Wanneer die persoon extra kwaliteiten heeft en de juiste motivatie, dan is dat uiteindelijk wat de doorslag moet geven. Wanneer ik aan de andere kant van de tafel zou zitten, zou ik de ervaring in de non-profit vanwege de complexiteit van het speelveld juist als een pre zien. In de praktijk ligt dit echter een stuk ingewikkelder vanwege de vooroordelen die er liggen. Vanuit de non-profit kun je het bedrijfsleven niet aan, is het idee. Ik zou vooral kijken naar kwaliteiten, skills en vaardigheden en of die passen in de setting.

Facebook
Twitter
LinkedIn
E-mail